Algemene truukjes : hoedjes en mutsen!!!

Een vraag die me al vaker is gesteld : hoe maak ik een goed passende hoed of muts?

Awel, dat is een beetje zoeken, en vooral, een kwestie van ‘trial and error’.

Een van de ‘moeilijkste’ haakwerken, vind ik zelf ook ongetwijfeld mutsen en hoeden.

Het haken op zich is niet moeilijk, een MOOI EN GOED PASSEND hoedje of mutsje maken is alleen niet simpel.

Te groot, te diep, te klein, te kort, ….

Dus, op algemene vraag ga ik proberen een aantal ‘algemene tips en ervaringen’ mee te geven over het maken van mutsen en hoedjes.

ALGEMENE TUTORIAL VOOR HET HAKEN VAN MUTSEN EN HOEDEN

1. magische cirkel of een paar lossen en dan sluiten tot een cirkeltje.
2. Ronde 1 : kies een aantal startsteken : vb. 12 vasten, of 8 stokjes, of …granny-steken of … whatever. Mijn voorbeeld : 12 halve stokjes , sluit rondje.
3. Ronde 2 : verdubbel je steken : dus in elke steek (of stekengroep) 2 steken : mijn voorbeeld : 24 halve stokjes.
4. Ronde 3 : 1steek gewoon, 1 steek verdubbelen : x   , voor de ganse toer dus. in mijn voorbeeld : 36 halve  stokjes.
5. Ronde 4 : 1 steek gewoon, 1 steek gewoon, 1 steek verdubbelen. In mijn voorbeeld : 48 halve stokjes stokjes.
6. Ronde 5 : 1 steek gewoon, 1 steek gewoon, 1 steek gewoon, 1 steek verdubbelen : 60 stokjes.
zien jullie de logica hier? je doet dus telkens 1 steek gewoon erbij voor je gaat verdubbelen.
Ondertussen is belangrijk : dat je naar het hoofd (of hoofdomtrek kijkt) : je cirkel moet KLEINER zijn dan de kruin. Dus dit is echt zeker in het begin een trial and error-zaak, tot je eenmaal doorhebt waar je moet stoppen. Leg dus regelmatig je cirkel op het hoofd van de bestemmeling. De cirkel moet dus KLEINER ZIJN dan de volle kruin van de mens.

In dit proces is ook belangrijk te kijken naar je cirkel tijdens de meerderingstoeren. OP een bepaald moment zal je zien dat je cirkel begint te ‘floeberen’, dus geen mooie cirkel meer is, maar gaat golven, (beetje zoals een kwal zeg maar  [cheesygrin] ). Ik kan niet voorspellen wanneer dat gebeurt, dat hangt af van je garendikte enzovoort.
Dus let ook op dat je cirkel niet gaat floeberen. (behalve als je een extreem grote slouchy baret wil)
Als je merkt dat dus in het proces van toer 3 tot …… (dus tijdens de meerderingstoeren) je toch floeberingen krijgt : dan haak je er een toer tussen ZONDER MEERDERINGEN. (voorbeeld : stel : ik zit aan 40 stokjes, mijn cirkel begint te floeberen en is nog niet groot genoeg voor mijn muts of hoed, dan doe ik een toer van 40 steken, en daarna pas weer een meerderingstoer.

Als volgens jou je cirkel groot genoeg is. Wel dus kleiner dan de kruin, dan ga je ‘recht’ verder haken. Dus zonder meerderingen.
Je haakt en haakt en haakt tot je muts lang genoeg is. (hier ook weer in het begin trial and error) Vb. : voor een standaard damesmuts neemt men als algemene lengte 18 cm, maar geen enkel hoofd is gelijk.

(tusseninnetje : ik vind het ook mooier voor de vorm van een muts of hoedje als je zelfs zonder floeberingen net voor je stopt met meerderen sowieso een toer ‘gewoon recht’ haakt en dan nog een keer meerdert erna, dan is de golving van de hoed of muts mooier. Als je meerdert en dan ineens stopt en recht gaat haken vind ik vaak de overgang te ‘grof’, te ‘bloempotachtig’.

Rand : als je muts-hoed lang genoeg is, is het tijd voor de rand.

ALGEMENE UITLEG OVER BREDE RAND ZONNEHOED

Na het haken van je ‘bol’ ga je de rand maken.
Stel : je hebt 60 steken. (of gelijk welk ander getal…) Na de laatste ronde bol :
1. eerste toer rand : ik neem voor een uitstaande rand 1/4 tot 1/6 vermeerderen. Dus hier zou ik dus bijvoorbeeld gaan doen : 1 vaste in de eerste 5 vasten, 2 steken in de volgende steek) x 10. : totaal van 70 steken. (als je echt een ‘opstaande rand’ wil zou ik ook deze eerste toer LANGS DE GOEDE KANT VAN HET WERK DOEN ENKEL IN DE VOORSTE LUS.
2. Tweede toer rand ๐Ÿ™ 1 vaste in de eerste 6, 2 vasten in de volgende ) x 0 (in beide lussen insteken) : 80 steken
3. Derde toer : (1 vaste in de eerste 7, 2 vasten in de volgende) x 6 : 90 steken.
Snappen jullie? Dus eigenlijk gewoon regelmatig meerderen.
Als de boel weer gaat floeberen eventueel tussenin een rondje gewoon zonder meerderen. Wil je juist wel floeberen voor een nonchalante hoed met echt brede rand kan je in de vorige toeren wat extra meerderen (dus eerste ronde 6 steken meerderen, tweede ronde 8 en derde ronde 10 ofzo)  Op het einde een paar rondjes gewoon.

ALGEMENE UITLEG kleiner randje hoedje 

zie begin hierboven. ik kies hier dan 1/8 meerderen ofzo
Toer 1 : (1 vaste in de eerste 6 steken, 2 vasten in de volgende steek, 1 vaste in de volgende 7 steken, 2 vasten in de volgende steek), () tot einde rij : 68 steken.
Toer 2 : toertje gewoon
Toer 3 : (1 vaste in de eerste 7 steken, 2 vasten in de volgende steek, 1 vaste in de volgende 8 steekn, 2 vasten ….) , () tot einde rij : 76 steken.
Toer 4 : gewoon
…..

Bij vragen : shoot!!!
En niet vergeten : mutsen en hoeden zijn schoon, maar vaak een bron van frustratie, omdat het gewoon zoeken is naar wat echt goed past. Dus niet opgeven!

4 reacties op “Algemene truukjes : hoedjes en mutsen!!!

  1. Johanna zegt:

    Zelf doe ik vooral bestaande patronen kijken en lezen hoe iets in elkaar steekt. Daar kun je ook veel van leren. Dan kun je alle kanten nog wel op om je eigen draai eraan te geven. In principe komen ze allemaal een beetje op hetzelfde neer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

๏ปฟ

Looking for the English website? Click here.